Nederland heeft in 2024 de duurzaamheidsregels op het gebied van plasticgebruik, drankverpakkingen en drankbelastingen aangescherpt. Voor facilitymanagers en horeca-ondernemers zijn dit geen abstracte beleidswijzigingen. Ze hebben invloed op wat je mag serveren, hoe je het serveert en wat het kost.
Nederland behoort tot de koplopers in de EU als het gaat om de uitvoering van de richtlijn inzake wegwerpplastic (EU 2019/904) [1]. Alleen al in 2024 zijn drie reeksen voorschriften van kracht geworden die directe gevolgen hebben voor de manier waarop kantoren, hotels, evenementenlocaties en horecabedrijven omgaan met dranken en verpakkingen.
De regels maken deel uit van een breder EU-initiatief om plasticvervuiling terug te dringen en de overstap te maken naar een circulaire economie, maar in tegenstelling tot het abstracte beleidsjargon van CSRD en ESG-rapportages, hebben deze regels directe, praktische gevolgen voor de dagelijkse bedrijfsvoering. Hieronder lees je wat er veranderd is, wie het raakt en wat het betekent voor jouw werkplek of locatie.
Verbod op wegwerpbekers en -servies
Vanaf 1 januari 2024 zijn wegwerpbekers en voedselverpakkingen die plastic bevatten verboden voor consumptie ter plaatse in heel Nederland [2]. Het verbod geldt voor kantoren, sportfaciliteiten, horecabedrijven, festivals, scholen, besloten evenementen, verenigingen en pretparken. Deze organisaties moeten nu herbruikbare bekers en verpakkingen gebruiken.
De regelgeving geldt ook voor bekers die slechts gedeeltelijk uit plastic bestaan, waaronder papieren bekers met een plastic binnenlaag. PET-bekers zijn vrijgesteld, mits het bedrijf geregistreerd is bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en zorgt voor hoogwaardige recycling met een inzamelingspercentage van minimaal 75% in 2024, oplopend tot 90% in 2027 [2].
Wat betekent dit voor jouw bedrijf? Als je een bedrijfskantine, bedrijfsrestaurant of horecalocatie runt, zijn wegwerpbekers niet langer een optie voor gebruik ter plaatse. Dat betekent dat je moet investeren in een systeem met herbruikbare bekers en bijbehorende afwasfaciliteiten óf dat je moet overstappen op een waterdispenser die bekers volledig overbodig maakt. Voor kantoren met veel bezoekers is dit zowel een logistieke als een compliancekwestie.
Vastzittende doppen op drankverpakkingen
Vanaf 3 juli 2024 moeten alle in de EU verkochte plastic wegwerpverpakkingen voor dranken tot drie liter doppen hebben die tijdens het gebruik aan de fles vast blijven zitten [1]. De regelgeving geldt in heel Nederland en de rest van de EU, waarbij ook het Verenigd Koninkrijk een vergelijkbare eis heeft ingevoerd.
De reden hiervoor is simpel: losse doppen behoren tot de meest gevonden items in zwerfafval op zee. Door ze aan de fles te houden, zorgen we er samen voor dat ze in de recyclingkringloop terechtkomen.
Wat betekent dit voor jouw bedrijf? Als je flessenwater of andere gebottelde dranken inkoopt voor je kantoor of locatie, zie je de nieuwe ontwerpen in de schappen liggen. De operationele gevolgen voor inkopers zijn minimaal, maar het is een zichtbare herinnering aan de richting waarin de verpakkingsregelgeving zich ontwikkelt. Niet alleen naar een nieuw design, maar naar afschaffing. Voor organisaties die hun ecologische voetafdruk bijhouden, is het de moeite waard om je af te vragen of het nog wel zin heeft om gebottelde dranken te kopen als er alternatieven zijn die via de waterleiding worden geleverd.
Veranderingen in de drankbelasting
Op 1 januari 2024 is de Nederlandse verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken verdrievoudigd van €8,83 naar €26,13 per 100 liter [3]. Dat is een stijging van €17,30 per 100 liter, die van invloed is op sappen, limonades, siropen en alle dranken met een alcoholgehalte van maximaal 1,2%.
Tegelijkertijd werd de belasting op mineraalwater volledig afgeschaft [3]. De beleidsdoelstelling is duidelijk: de consumptie sturen in de richting van water en weg van suikerrijke alternatieven.
Wat betekent dit voor jouw bedrijf? De kosten voor het inkopen van frisdranken, vruchtensappen en siropen op kantoor of locatie zijn zojuist fors gestegen. Voor een middelgroot kantoor dat enkele honderden liters per jaar bestelt, zorgt de belastingverhoging alleen al voor een aanzienlijke extra post op het faciliteitenbudget. Water daarentegen, inclusief gefilterd en gearomatiseerd water uit een systeem dat op de waterleiding is aangesloten, is vrijgesteld van verbruiksbelasting. De economische verhoudingen zijn veranderd.
De bredere regelgevende context
Deze drie verordeningen staan niet op zichzelf. Ze maken deel uit van de EU-richtlijn inzake wegwerpplastic (2019/904), die bindende doelstellingen vaststelt voor het terugdringen van plastic afval in alle lidstaten [1]. Nederland behoort steevast tot de eersten die deze richtlijnen omzetten in nationale wetgeving.
Voor grotere organisaties gelden deze operationele regels naast de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), die bedrijven verplicht hun milieu-impact openbaar te maken. Het verbruik van plastic, de hoeveelheid afval en de inkoop van dranken vallen allemaal onder de rapportageverplichting. Dat betekent dat de keuzes die je maakt op het gebied van bekers, flessen en dispenserinfrastructuur niet alleen van invloed zijn op je faciliteitenbudget, maar ook op je duurzaamheidsrapportages.
Voor facility managers en exploitanten in de horeca komt het er in de praktijk op neer dat de infrastructuur voor wegwerpartikelen voor dranken steeds duurder, aan strengere regelgeving onderworpen en moeilijker te rechtvaardigen wordt. De richting is duidelijk, ook al verschilt het tijdschema per regelgeving.
Update 2026: de huidige stand van zaken
De regels van 2024 vormden het uitgangspunt. Twee jaar later is de regelgeving verder aangescherpt.
Inzamelingsdoelstellingen worden steeds hoger. Het minimale recyclingpercentage voor bedrijven die nog steeds gebruikmaken van vrijgestelde wegwerpbekers, zoals PET, is in 2025 gestegen naar 80% en bereikt 85% in 2026, waarbij in 2027 90% vereist is. Vanaf januari 2026 geldt een verplichte toeslag van €0,25 per beker of maaltijdverpakking voor alles wat ter plaatse wordt gevuld om mee te nemen. De doelstelling van de regering: 40% minder wegwerpplastic in 2026 ten opzichte van 2022 [4].
Er wordt gewerkt aan een gedifferentieerde suikerbelasting. Het Nederlandse kabinet ontwikkelt een gedifferentieerde verbruiksbelasting op basis van het suikergehalte, ter vervanging van het huidige vaste tarief. De vroegst mogelijke invoering is in 2026, hoewel de details, waaronder welke producten zijn vrijgesteld en hoe de tarieven worden gedifferentieerd, worden besproken [5]. Voor facility managers bevestigt dit de trend: het kostenverschil tussen suikerhoudende dranken en water zal steeds groter worden.
De rapportage in het kader van de CSRD is van start gegaan. Grote Nederlandse bedrijven (in grote lijnen: 250+ medewerkers, €50M+ omzet of €25M+ aan activa) moesten vanaf januari 2025 beginnen met het verzamelen van duurzaamheidsgegevens en hun eerste rapporten in 2026 indienen. Het Omnibusvoorstel van de EU kan de drempel fors verhogen, waardoor de reikwijdte mogelijk wordt beperkt tot bedrijven met meer dan 1.000 werknemers en een omzet van meer dan €450 miljoen [6]. Zelfs als je organisatie onder de nieuwe drempelwaarde blijft, verwachten investeerders, klanten en partners steeds vaker inzage in gegevens over afval en plasticverbruik.
De richting is sinds 2024 niet veranderd, maar wel versneld.
Wat dit betekent voor hydratatie op de werkplek en in de horeca
Het cumulatieve effect van deze regelgeving wijst op één verschuiving: een gecentraliseerde, herbruikbare drinkwaterinfrastructuur vervangt de gefragmenteerde wegwerpketens.
Geen wegwerpbekers betekent dat er in de keuken geen wegwerpbekers voor koffie of water meer zijn. Vastzittende doppen geven aan dat zelfs flessen worden ontworpen met het einde van hun levensduur in gedachten en niet met het oog op het gemak. Dankzij een verdrievoudigde belasting op suikerhoudende dranken is water in alle opzichten de voordeligste keuze.
Voor kantoren en hotels die al nadenken over deze transitie lossen waterdispensers op leidingwater die filteren, koelen en op smaak brengen meerdere compliance- en kostenproblemen tegelijk op. Geen bekers om weg te gooien, geen flessen om te bestellen, geen verbruiksbelasting om te dragen. De REFILL+ Series 2 is een voorbeeld van een gecentraliseerde drinkwaterinfrastructuur die speciaal voor dit soort bedrijfsomgevingen is ontworpen.
Voor een breder beeld van hoe de overgang van wegwerpverpakkingen verloopt, lees je hoer meer over praktische benaderingen van statiegeldsystemen en waarom de toekomst van hydratatie plasticvrij is.
De regelgeving van 2024 is niet het eindpunt. Het EU-kader voor kunststoffen wordt steeds strenger en Nederland zal waarschijnlijk voorop blijven lopen. Voor facility managers en horeca-ondernemers is de vraag niet langer óf ze moeten afstappen van wegwerpartikelen, maar hoe snel ze de infrastructuur kunnen opzetten die deze vervangt. Bekijk hoe het werkt voor jouw kantoor →
Veelgestelde vragen
Wat betekenen de nieuwe plasticregels voor kantoren? Kantoren moeten overstappen op herbruikbare bekers en servies en voldoen aan strengere regels rond wegwerpplastic. Vanaf 2026 stijgt het inzameldoel naar 85% en geldt een verplichte toeslag van €0,25 voor afhaalverpakkingen die ter plaatse worden gevuld. Gecentraliseerde hydratiesystemen, zoals waterdispensers op leidingwater, helpen bedrijven compliant te blijven en tegelijk hun afvalstromen te verminderen.
Geldt de drankbelastingverhoging ook voor water? Nee. De verbruiksbelasting op mineraalwater is per 1 januari 2024 afgeschaft. De verhoging naar €26,13 per 100 liter geldt alleen voor alcoholvrije dranken anders dan water, waaronder sappen, limonades en siropen. Een gedifferentieerde belasting op basis van suikergehalte is in ontwikkeling.
Welke bedrijven moeten rapporteren over duurzaamheid? Grote ondernemingen en beursgenoteerde bedrijven vallen onder de CSRD en moeten gefaseerd ESG-rapportages indienen. De eerste rapportages waren verschuldigd in 2026 over boekjaar 2025. De EU-omnibusverordening kan de drempel echter fors verhogen, mogelijk naar bedrijven met 1.000+ medewerkers en € 450M+ omzet. Middelgrote bedrijven hoeven niet altijd zelf te rapporteren, maar worden steeds vaker beïnvloed via ketenverantwoordelijkheid en inkoopvereisten.
Is duurzaamheidsrapportage verplicht in Nederland? Voor grote ondernemingen en beursgenoteerde bedrijven: ja. Rapportage wordt verplicht volgens Europese wetgeving. Kleinere bedrijven hoeven niet altijd zelf te rapporteren, maar worden steeds meer geraakt via ketenverantwoordelijkheid en inkoopvereisten van grotere opdrachtgevers.


FAQ
01
Wat betekenen de nieuwe plasticregels voor kantoren?
Kantoren moeten overstappen op herbruikbare bekers en servies en voldoen aan strengere regels rond wegwerpplastic. Vanaf 2026 stijgt het inzameldoel naar 85% en geldt een verplichte toeslag van €0,25 voor afhaalverpakkingen die ter plaatse worden gevuld. Gecentraliseerde hydratiesystemen, zoals waterdispensers op leidingwater, helpen bedrijven compliant te blijven en tegelijk hun afvalstromen te verminderen.
02
Geldt de drankbelastingverhoging ook voor water?
Nee. De verbruiksbelasting op mineraalwater is per 1 januari 2024 afgeschaft. De verhoging naar €26,13 per 100 liter geldt alleen voor alcoholvrije dranken anders dan water, waaronder sappen, limonades en siropen. Een gedifferentieerde belasting op basis van suikergehalte is in ontwikkeling.
03
Welke bedrijven moeten rapporteren over duurzaamheid?
Grote ondernemingen en beursgenoteerde bedrijven vallen onder de CSRD en moeten gefaseerd ESG-rapportages indienen. De eerste rapportages waren verschuldigd in 2026 over boekjaar 2025. De EU-omnibusverordening kan de drempel echter fors verhogen, mogelijk naar bedrijven met 1.000+ medewerkers en € 450M+ omzet. Middelgrote bedrijven hoeven niet altijd zelf te rapporteren, maar worden steeds vaker beïnvloed via ketenverantwoordelijkheid en inkoopvereisten.
04
Is duurzaamheidsrapportage verplicht in Nederland?
Voor grote ondernemingen en beursgenoteerde bedrijven: ja. Rapportage wordt verplicht volgens Europese wetgeving. Kleinere bedrijven hoeven niet altijd zelf te rapporteren, maar worden steeds meer geraakt via ketenverantwoordelijkheid en inkoopvereisten van grotere opdrachtgevers.

